Gewoon rechtdoor
Wachtend bij de kruising, in een bus vol zorgen, met het lot achter het stuur. Gewoon rechtdoor, alsjeblieft, gewoon rechtdoor. Onverbiddelijk bracht deze bestuurder mensen op een zijspoor. Een weg die wegleidde van het normale leven. Een onzekere weg. Niet wetend of het terug zou leiden. Niet afslaan, alsjeblieft rechtdoor. Ik denk aan het draaien van het stuur. Een richting naar acceptatie, bezinning, angst en nog meer zorgen. Mijn hart knijpt tranen in mijn ogen. Mag ik nu ook weer rechtdoor? In de grote achteruitkijkspiegel zie ik de ontspannen momenten samen. Momenten van zorgeloosheid. Momenten die ik koester en nog zo graag ten volle meemaak. Ten volle meemaak met jou. Groen!, het licht van de boodschap. Geschrokken kijk ik door de grote vooruit. Mijn ogen schieten angstig naar het stuur. Het lot vouwt zijn handen er stevig omheen. De bus komt langzaam in beweging. Mijn hart ramt in mijn borstkas. Strak kijk ik naar de handen die elk moment in beweging kunnen komen. Niet bewegen, stil blijven nu, geen actie. Gewoon rechtdoor. De handen blijven rustig liggen. Mijn hartslag daalt. Op de kruising kijk ik ontroerd naar links en rechts. Met een hart vol respect denk ik aan de mensen die af moesten slaan. Ik voel me lichter worden. Toch opnieuw gewoon rechtdoor.