Verdwaald in de stad
Ik doolde door de straten van de, voor mij onbekende, stad. Diep in gedachten sjokte ik langs de vele winkelketens. Winkelketens die je in elke stad vindt. Ik keek er naar binnen, maar zocht niets. Verdwaald in mijn hart zocht ik naar hoop, maar het enige wat ik vond was onmacht. In een winkelruit zag ik een grauw gezicht met doffe ogen. Mijn hand streek over veel te behaarde wangen. Al dagen had ik mij niet geschoren. Aan een scheerapparaat had ik niet gedacht toen ik gehaast naar je toe wou. Doelloos liep ik rond in vele straten en passeerde tientallen mensen met een doel. Bij het zien van jongenskleren kroop mijn hart ineen en keek ik snel de andere kant op. Ik kneep in de knuffelbeer onder mijn jas. Een knuffelbeer die een rood ‘I love you hart’ vasthield. Door een grote onbekende toekomst stond mijn leven stil. Toen jij zo vreselijk ziek was, besefte ik pas hoe veel ik van je hield.

Nu lig je hier weer veilig in je eigen bed. Je kleine lichaam heeft samen met mama natuur gewonnen. Een zoveelste kus op je voorhoofd. De nu zo bekende knuffel met het hart leg ik dicht tegen je aan. Slaap lekker kleine vent. Droom maar van een mooie toekomst.